Module 10 van het EASA Part-66 basiskennissyllabus vormt de regelgevende basis voor luchtvaartuigonderhoudscertificerend personeel. Het behandelt het juridische kader dat de burgerluchtvaart in de Europese Unie regelt, met bijzondere nadruk op de regelgeving die rechtstreeks van toepassing is op de certificering, uitvoering en vrijgave van onderhoudswerkzaamheden.
Voor de categorie B3 (lichte helikopters en kleine niet-complexe vliegtuigen met een maximaal startgewicht van niet meer dan 2.725 kg) zorgt deze module ervoor dat certificerend personeel het volgende begrijpt:
De structuur van de EU-luchtvaartregelgeving en de hiërarchie van juridische documenten
De specifieke vereisten van Part-66 (licentiëring van onderhoudspersoneel)
De vereisten van Part-145 (goedgekeurde onderhoudsorganisaties)
De vereisten van Part-M (voortdurende luchtwaardigheid)
De rechten, verantwoordelijkheden en beperkingen van een houder van een B3-licentie
De procedures voor certificering van onderhoud en vrijgave voor gebruik
De meldingsverplichtingen en meldingssystemen voor voorvallen
Deze module wordt getoetst op kennisniveaus 1, 2 en 3, afhankelijk van het subonderwerp. Niveau 3 (gedetailleerde theorie) is van toepassing op de kernverantwoordelijkheden van certificerend personeel, de voorwaarden voor het afgeven van een Verklaring van Vrijgave voor Gebruik (CRS) en de rechten van de licentie.
2. Het Regelgevend Kader
2.1 De Hiërarchie van de EU-Luchtvaartwetgeving
Het luchtvaartregelgevingssysteem van de Europese Unie werkt volgens een hiërarchische structuur:
17.De Basisverordening — Verordening (EU) 2018/1139 (voorheen Verordening (EG) nr. 216/2008) stelt het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) in en legt het overkoepelende juridische kader vast voor de veiligheid van de burgerluchtvaart in de EU.
18.Uitvoeringsverordeningen — Dit zijn bindende rechtshandelingen die de Basisverordening uitvoeren. De meest relevante voor onderhoudspersoneel zijn:
Verordening (EU) nr. 1321/2014 — de verordening inzake voortdurende luchtwaardigheid, met daarin:
Bijlage I (Part-M) — eisen voor voortdurende luchtwaardigheid van luchtvaartuigen
Bijlage II (Part-145) — eisen voor onderhoudsorganisaties
Bijlage III (Part-66) — eisen voor de licentiëring van onderhoudspersoneel
Bijlage IV (Part-147) — eisen voor onderhoudsopleidingsorganisaties
Verordening (EU) nr. 748/2012 — de verordening inzake initiële luchtwaardigheid, met daarin Part-21 (certificering van luchtvaartuigen en gerelateerde producten, onderdelen en hulpstukken)
25.Aanvaardbare wijzen van naleving (AMC) en Richtsnoeren (GM) — Dit zijn niet-bindende documenten die door EASA zijn uitgegeven en die aanvaardbare methoden bieden om naleving van de regelgeving aan te tonen. Alternatieve methoden mogen worden gebruikt indien wordt aangetoond dat deze gelijkwaardig zijn.
26.Certificeringsspecificaties (CS) — Technische normen die worden gebruikt voor de certificering van producten, onderdelen en hulpstukken.
2.2 Belangrijke Definities| Term | Definitie |
|------|------------|
| Certificerend personeel | Personeel dat bevoegd is om een Verklaring van Vrijgave (CRS) te ondertekenen na onderhoud |
| Verklaring van Vrijgave (CRS) | Het document dat verklaart dat onderhoud correct is uitgevoerd en dat het luchtvaartuig luchtwaardig is |
| Voortdurende luchtwaardigheid | Alle processen die ervoor zorgen dat een luchtvaartuig voldoet aan het goedgekeurde ontwerp en veilig is voor gebruik |
| Onderhoud | Elke combinatie van revisie, reparatie, inspectie, vervanging, modificatie of het verhelpen van defecten |
| Onderdeel met beperkte levensduur | Een onderdeel met een verplicht vervangingsinterval zoals vastgelegd in de goedgekeurde onderhoudsgegevens |
| Typebevoegdheid | Het specifieke luchtvaartuigtype(s) waarvoor een licenthouder een opleiding heeft voltooid en bevoegd is om te certificeren |
3. Part-66 — Licentiëring van Onderhoudspersoneel
3.1 De Vliegtuigonderhoudslicentie (AML)
Part-66 (Bijlage III bij Verordening (EU) Nr. 1321/2014) stelt de eisen vast voor de afgifte, verlenging en rechten van de Vliegtuigonderhoudslicentie.
Belangrijke bepalingen van Part-66.A.10 (Aanvraag en geldigheid):
De AML wordt afgegeven door de bevoegde autoriteit van een EU-lidstaat
De licentie heeft onbeperkte geldigheid — deze behoeft niet periodiek te worden verlengd
De licentie kan door de bevoegde autoriteit worden ingetrokken, opgeschort of beperkt indien de houder niet aan de eisen voldoet
De licentie blijft geldig op voorwaarde dat de houder blijft voldoen aan de ervaringseisen
Minimumleeftijdseis: Een aanvrager van een AML moet ten minste 18 jaar oud zijn (Part-66.A.5(a)).
3.2 Licentiecategorieën
Part-66 definieert verschillende licentiecategorieën. De B3-categorie is specifiek bedoeld voor:
Lichte helikopters (maximaal startgewicht niet meer dan 3.175 kg)
Kleine niet-complexe vliegtuigen (maximaal startgewicht niet meer dan 2.725 kg)
De B3-licentie dekt het gehele luchtvaartuig, inclusief de romp, motoren (zuiger/zuigermotoren), elektrische systemen en avionicasystemen. Deze dekt geen turbines — voor vliegtuigen met turbines is een andere categorie (B2 of B1 met de juiste subcategorie) vereist.
Verplichte examenvakken voor B3 (Part-66 Bijlage I):
Luchtvaartuigaerodynamica, constructies en systemen (niet van toepassing op B3)
Module 14
Aandrijving (zuigermotoren)
Module 15
Gasturbinemotor (niet van toepassing op B3)
Module 16
Zuigermotor (niet van toepassing op B3)
Module 17
Propeller (niet van toepassing op B3)
Opmerking: Module 15 (Gasturbinemotor) is geen verplichte eis voor de B3-categorie. Module 14 (Aandrijving) dekt de eisen voor zuigermotoren voor B3.
3.3 Rechten van de B3-licentie
Part-66.A.20 definieert de rechten van de licenthouder:- Het B3-licentie geeft de houder het recht om onderhoud te certificeren (CRS afgeven) op luchtvaartuigen die onder de B3-categorie vallen
De houder mag ook toezicht houden op onderhoud dat wordt uitgevoerd door niet-gediplomeerd personeel
De houder moet over de juiste typebevoegdheid beschikken voor het specifieke luchtvaartuigtype
Typebevoegdheden voor B3: In tegenstelling tot sommige andere categorieën worden B3-typebevoegdheden verleend voor specifieke luchtvaartuigtypen (bijv. Robinson R22, Cessna 172). De houder moet typetraining voltooien en het relevante examen afleggen om een typebevoegdheid te verkrijgen.
3.4 Vereisten voor het Uitoefenen van Licentierechten
Part-66.A.20(e) specificeert dat de houder, om de rechten van het licentie uit te oefenen, moet beschikken over:
Ten minste 6 maanden relevante onderhoudservaring in de voorgaande 2 jaar, OF
Voldaan aan de vereisten voor opfriscursus zoals bepaald door de bevoegde autoriteit
Deze vereiste waarborgt dat certificerend personeel actuele kennis en praktische bekwaamheid behoudt.
3.5 Schorsing en Intrekking
Als een licentie wordt geschorst of ingetrokken (Part-66.A.20(b)), kan de aanvrager deze terugkrijgen door:
Het voltooien van een opfriscursus zoals bepaald door de bevoegde autoriteit
Het behalen van de toepasselijke examens
Dit waarborgt dat het certificerend personeelslid actuele kennis aantoont voordat het licentie wordt hersteld.
3.6 Verantwoordelijkheden van de Licentiehouder
De licentiehouder is persoonlijk verantwoordelijk voor:
Het waarborgen dat al het gecertificeerde onderhoud is uitgevoerd in overeenstemming met goedgekeurde gegevens
Het waarborgen dat het luchtvaartuig luchtwaardig en veilig is voor gebruik
Het waarborgen dat alle vereiste documentatie compleet is voordat een CRS wordt afgegeven
Het behouden van de eigen bekwaamheid en recente ervaring
Het melden van defecten of gebeurtenissen die de veilige werking van het luchtvaartuig kunnen beïnvloeden
4. Part-145 — Goedgekeurde Onderhoudsorganisaties
4.1 Toepassingsgebied en Toepasselijkheid
Part-145 (Bijlage II bij Verordening (EU) Nr. 1321/2014) stelt de vereisten vast voor organisaties die onderhoud aan luchtvaartuigen en componenten uitvoeren. Een Part-145-goedkeuring is vereist voor:
Onderhoud aan luchtvaartuigen die worden gebruikt voor commerciële activiteiten
Onderhoud aan componenten (tenzij uitgevoerd door de eigenaar van het luchtvaartuig onder specifieke voorwaarden)
Al het onderhoud dat wordt uitgevoerd door een organisatie die een EASA Formulier 1 afgeeft
4.2 Personeelsvereisten (Part-145.A.30)
De onderhoudsorganisatie moet waarborgen dat:
Al het personeel dat onderhoud uitvoert opgeleid en gekwalificeerd is voor de toegewezen taken
Certificerend personeel over de juiste Part-66-licentie en typebevoegdheid beschikt
Niet-gediplomeerd personeel alleen onderhoud mag uitvoeren onder direct toezicht van certificerend personeel of naar behoren gekwalificeerd personeel
Taakspecifieke training wordt gegeven en geregistreerd
Direct toezicht betekent dat de toezichthouder aanwezig moet zijn en in staat moet zijn om onmiddellijke begeleiding en inspectie van het werk te bieden. Het alleen controleren van het eindresultaat nadat het werk is voltooid, vormt geen direct toezicht.
4.3 Certificering van Onderhoud (Part-145.A.50)
Part-145.A.50 stelt de vereisten vast voor de certificering van onderhoud:- Een Verklaring van Vrijgave tot Gebruik (CRS) moet worden afgegeven nadat enig onderhoud is voltooid
De CRS mag alleen worden afgegeven door bevoegd certificerend personeel
Het certificerend personeelslid moet het werk persoonlijk hebben uitgevoerd of rechtstreeks hebben gesuperviseerd
Het onderhoud moet zijn uitgevoerd in overeenstemming met goedgekeurde gegevens
Het luchtvaartuig moet luchtwaardig en veilig voor gebruik zijn
Kernprincipe: De CRS is geen loutere formaliteit — het is een wettelijke verklaring van luchtwaardigheid. Het certificerend personeelslid dat de CRS ondertekent, neemt persoonlijke verantwoordelijkheid voor het uitgevoerde onderhoud. Deze verantwoordelijkheid is persoonlijk en kan niet worden overgedragen aan de organisatie.
Voorwaarden voor het afgeven van een CRS:
97.Al het vereiste onderhoud is naar behoren uitgevoerd
98.Het onderhoud is uitgevoerd in overeenstemming met goedgekeurde gegevens
99.Het certificerend personeelslid heeft controle over het uitgevoerde onderhoud
100.Het certificerend personeelslid heeft het werk persoonlijk uitgevoerd of rechtstreeks gesuperviseerd
101.Er blijven geen gebreken bestaan die de veilige werking van het luchtvaartuig zouden beïnvloeden
102.Alle vereiste documentatie is volledig
4.4 Gereedschap en Apparatuur (Part-145.A.40)
De onderhoudsorganisatie moet ervoor zorgen dat:
Alle gereedschappen en apparatuur worden gecontroleerd en gekalibreerd
Gereedschappen geschikt zijn voor de uit te voeren taken
Het juiste gereedschap wordt gebruikt voor elke taak
Belangrijk principe: De onderhoudsgegevens specificeren aanhaalmomenten en andere parameters in specifieke eenheden. Het gebruik van gereedschap dat in verschillende eenheden is gekalibreerd, brengt een risico op fouten met zich mee en is niet aanvaardbaar, tenzij de goedgekeurde gegevens expliciet alternatieve eenheden toestaan. Het certificerend personeel moet het gespecificeerde gereedschap gebruiken.
4.5 Onderhoudsgegevens (Part-145.A.45)
De organisatie moet ervoor zorgen dat:
Alle toepasselijke onderhoudsgegevens beschikbaar en actueel zijn
Onderhoud wordt uitgevoerd in overeenstemming met de goedgekeurde gegevens
Elke afwijking van de goedgekeurde gegevens vereist voorafgaande goedkeuring
Goedgekeurde gegevens omvatten:
Het onderhoudshandboek van de fabrikant (AMM), het constructiereparatiehandboek (SRM) en het componentonderhoudshandboek (CMM)
Het gedeelte Luchtwaardigheidsbeperkingen (ALS) van de Instructies voor Voortgezette Luchtwaardigheid
Servicebulletins en luchtwaardigheidsrichtlijnen
Gegevens goedgekeurd door de bevoegde autoriteit
4.6 Melding van Gebeurtenissen (Part-145.A.60)
Part-145.A.60 vereist dat:
Elk gebrek, elke storing of gebeurtenis die de veilige werking van een luchtvaartuig zou kunnen beïnvloeden, moet worden gemeld
Meldingen worden gedaan aan de bevoegde autoriteit via het meldingssysteem van de organisatie
Meldingen worden ook gedaan aan de kwaliteitsmanager in overeenstemming met de procedures van de organisatie
Dit is een belangrijke veiligheidsverantwoordelijkheid van certificerend personeel. Het niet melden van een significant gebrek is een overtreding van Part-145 en kan leiden tot handhavingsmaatregelen.
5. Part-M — Voortgezette Luchtwaardigheid
5.1 Toepassingsgebied en Toepasselijkheid
Part-M (Bijlage I bij Verordening (EU) Nr. 1321/2014) stelt de eisen voor voortgezette luchtwaardigheid voor luchtvaartuigen vast. Het is van toepassing op:
Alle luchtvaartuigen geregistreerd in een EU-lidstaat
Alle luchtvaartuigen die door EU-exploitanten worden gebruikt
5.2 Verantwoordelijkheden van de Eigenaar (Part-M.A.201)
De eigenaar van een luchtvaartuig is verantwoordelijk voor:- Zorgen dat het vliegtuig in luchtwaardige staat wordt onderhouden
Zorgen dat elk defect dat de veiligheid kan beïnvloeden vóór de vlucht wordt verholpen
Zorgen dat onderhoud wordt uitgevoerd in overeenstemming met het goedgekeurde onderhoudsprogramma
Zorgen dat alle toepasselijke luchtwaardigheidsrichtlijnen worden nageleefd
De eigenaar mag een Part-145-organisatie of een Part-M Subpart F-onderhoudsorganisatie contracteren om het werk uit te voeren, maar de uiteindelijke verantwoordelijkheid blijft bij de eigenaar.
5.3 Het Onderhoudsprogramma (Part-M.A.302)
Het onderhoudsprogramma moet:
Worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit
Gebaseerd zijn op de aanbevelingen van de fabrikant
Alle verplichte vereisten omvatten (bijv. luchtwaardigheidsbeperkingen)
Worden beoordeeld en indien nodig bijgewerkt
Belangrijk principe: Elke wijziging aan het onderhoudsprogramma, inclusief het verlengen van inspectie-intervallen, vereist goedkeuring door de bevoegde autoriteit. De CAMO kan het programma niet eenzijdig wijzigen. Het goedkeuringsproces kan een betrouwbaarheidsanalyse of ander bewijs omvatten waaruit blijkt dat het veiligheidsniveau wordt gehandhaafd.
5.4 Beheer van de Voortdurende Luchtwaardigheid (Part-M Subpart F)
Een Organisatie voor het Beheer van de Voortdurende Luchtwaardigheid (CAMO) kan worden gecontracteerd om de voortdurende luchtwaardigheid van een vliegtuig te beheren. De CAMO is verantwoordelijk voor:
Het ontwikkelen en beheren van het onderhoudsprogramma
Het waarborgen dat onderhoud wordt uitgevoerd door een geschikte organisatie
Het bijhouden van luchtwaardigheidsrichtlijnen en servicebulletins
Het bijhouden van de onderhoudsadministratie van het vliegtuig
Er moet een schriftelijk onderhoudscontract zijn tussen de eigenaar/operator en de CAMO (Part-M.A.201). Dit contract moet de verantwoordelijkheden en de reikwijdte van het werk definiëren.
5.5 Luchtwaardigheidsbeperkingen
Onderdelen met een levensduurbeperking hebben verplichte vervangingsintervallen die zijn vastgelegd in de goedgekeurde onderhoudsgegevens (doorgaans in het onderdeel Luchtwaardigheidsbeperkingen van de Instructies voor Voortdurende Luchtwaardigheid). Deze limieten:
Zijn verplicht en kunnen niet worden verlengd zonder een goedgekeurde ontwerpwijziging
Zijn goedgekeurd door EASA of de Ontwerpstaat
Moeten worden bijgehouden en nageleefd
Een scheur in een kritisch onderdeel (bijv. een hoofdrotorblad) maakt het vliegtuig onluchtwaardig. Verlengingen zijn alleen mogelijk via een wijziging die is goedgekeurd door EASA of de Ontwerpstaat.
6. Part-21 — Ontwerp- en Productiegoedkeuring
6.1 Toepassingsgebied en Toepasselijkheid
Part-21 (Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 748/2012) stelt de eisen vast voor de certificering van vliegtuigen en gerelateerde producten, onderdelen en hulpstukken. Het omvat:
Typecertificering
Productiecertificering
Luchtwaardigheidscertificering
Goedkeuring van ontwerpwijzigingen en reparaties
6.2 Goedkeuring van Reparaties (Part-21.A.433)
Wanneer een reparatie niet wordt gedekt door bestaande goedgekeurde onderhoudsgegevens:
Vereist het reparatieontwerp goedkeuring in overeenstemming met Part-21
De goedkeuring kan worden afgegeven door EASA of door een houder van een Ontwerporganisatiegoedkeuring (DOA) met de juiste reikwijdte
Het certificerend personeelslid kan het ontwerp niet goedkeuren — zij kunnen alleen de uitvoering van de reparatie certificeren met gebruikmaking van goedgekeurde gegevens
De OEM mag gegevens verstrekken, maar de goedkeuring moet afkomstig zijn van een Part-21-ontwerporganisatie of de bevoegde autoriteitKernprincipe: Een certifying engineer mag onderhoud uitsluitend vrijgeven nadat hij zich ervan heeft verzekerd dat al het vereiste onderhoud op correcte wijze is uitgevoerd in overeenstemming met goedgekeurde gegevens. Elke reparatie die niet door goedgekeurde gegevens wordt gedekt, vereist goedkeuring van de bevoegde autoriteit of het gebruik van door de bevoegde autoriteit goedgekeurde gegevens.
7. Het Bewijs van Vrijgave voor Gebruik (CRS)
7.1 Doel en Juridische Betekenis
Het CRS is het document dat:
Attesteert dat het onderhoud correct is uitgevoerd
Bevestigt dat het luchtvaartuig luchtwaardig en veilig is voor gebruik
Een juridische verklaring van luchtwaardigheid is
De persoonlijke verantwoordelijkheid van het certifying personeelslid vaststelt
7.2 Voorwaarden voor het Afgeven van een CRS
Het certifying personeelslid mag een CRS uitsluitend afgeven wanneer aan alle volgende voorwaarden is voldaan:
181.Al het vereiste onderhoud is op correcte wijze uitgevoerd — inclusief alle geplande inspecties en eventuele verhelping van gebreken
182.Het onderhoud is uitgevoerd in overeenstemming met goedgekeurde gegevens — afwijkingen van de goedgekeurde gegevens zijn niet toegestaan
183.Het certifying personeelslid heeft het werk persoonlijk uitgevoerd of direct toezicht gehouden — het ondertekenen van een CRS voor werk dat niet is uitgevoerd of waarop geen toezicht is gehouden, is een overtreding
184.Het certifying personeelslid beschikt over de juiste licentie-categorie en typerating — ervaring alleen of toezicht vormt geen vervanging voor de vereiste licentie
185.Het luchtvaartuig is luchtwaardig en veilig voor gebruik — er mogen geen bekende gebreken resteren die de veiligheid kunnen beïnvloeden
186.Alle vereiste documentatie is compleet — inclusief onderhoudsadministratie en eventuele toepasselijke formulieren
7.3 Persoonlijke Verantwoordelijkheid
Het certifying personeelslid dat het CRS ondertekent:
Neemt persoonlijke verantwoordelijkheid voor het uitgevoerde onderhoud
Is verantwoordelijk voor het waarborgen dat alle vereiste inspecties zijn voltooid
Is verantwoordelijk voor de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig
Kan deze verantwoordelijkheid niet overdragen aan de organisatie
Kan onderworpen worden aan handhavingsmaatregelen (inclusief intrekking van de licentie) bij overtredingen
Kritiek punt: Indien na afgifte van een CRS een gebrek wordt ontdekt dat reeds aanwezig was vóór de afgifte van het CRS maar niet werd gedetecteerd tijdens de inspectie, is het certifying personeelslid dat het CRS heeft ondertekend primair verantwoordelijk.
8. Onderhoudspersoneel — Kwalificatie en Toezicht
8.1 Gelicentieerd versus Ongelicentieerd Personeel
Gelicentieerd personeel (certifying staff):
Beschikt over een Part-66-licentie met de juiste categorie en typerating
Is gemachtigd om CRS af te geven
Mag toezicht houden op ongelicentieerd personeel
Ongelicentieerd personeel (stagiairs/monteurs):
Mag onderhoudstaken uitvoeren
Moet werken onder direct toezicht van certifying staff of naar behoren gekwalificeerd personeel
Heeft niet de bevoegdheid om CRS af te geven
8.2 Vereisten voor Taakuitvoering
Part-145.A.30 vereist dat:
Personeel dat onderhoud uitvoert opgeleid en gekwalificeerd is voor de toegewezen taken
De B3-licentie een basis kwalificatie is — de organisatie moet taakspecifieke training en autorisatie verstrekken
Het certifying personeelslid verantwoordelijk is voor het waarborgen dat de persoon die de taak uitvoert bekwaam is
Typeratings vereist zijn voor certifying staff, niet noodzakelijkerwijs voor monteurs, maar taaktraining is verplicht
8.3 Direct Toezicht
Direct toezicht betekent dat de toezichthouder:- Moet aanwezig zijn en onmiddellijke begeleiding kunnen bieden
Moet het werk kunnen inspecteren
Moet controle hebben over de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden
Het enkel controleren van het eindresultaat nadat het werk is voltooid vormt geen direct toezicht.
9. Uitstel van Gebreken en Naleving van het Onderhoudsprogramma
9.1 Uitgestelde Gebreken
Een vrijgave voor gebruik mag alleen worden afgegeven wanneer alle vereiste onderhoudswerkzaamheden correct zijn uitgevoerd. Een gebrek mag alleen worden uitgesteld wanneer:
Het uitstel expliciet is toegestaan door de goedgekeurde onderhoudsgegevens (bijv. MEL/CDL)
Het uitstel is toegestaan door het onderhoudsprogramma
Het uitstel is geregistreerd in overeenstemming met de procedures van de organisatie
Belangrijk principe: Mondelinge kennisgeving of vervanging van materialen zonder goedkeuring is in strijd met de goedgekeurde onderhoudsgegevens en de Part-145-vereisten.
9.2 Smering en Gepland Onderhoud
Een smeertaak maakt deel uit van het geplande onderhoud. Als deze niet kan worden voltooid:
Is het luchtvaartuig niet luchtwaardig, tenzij er een goedgekeurd uitstel bestaat
Moet het juiste vet worden gebruikt — vervanging zonder goedkeuring is niet toegestaan
Mag het certifying staff geen CRS afgeven totdat de taak is voltooid of een goedgekeurd uitstel van kracht is
10. Meeteenheden en Gereedschap
10.1 Correct Gebruik van Eenheden
Het onderhoudshandboek specificeert aanhaalmomenten en andere parameters in specifieke eenheden (bijv. inch-pounds, Newton-meter, lb-ft). Het certifying staff moet:
De gespecificeerde eenheden gebruiken zoals vermeld in de goedgekeurde gegevens
Gereedschap gebruiken dat is gekalibreerd in de zelfde eenheden als gespecificeerd
Geen eenheden omrekenen, tenzij de goedgekeurde gegevens dit expliciet toestaan
Reden: Het gebruik van een momentsleutel met andere eenheden dan gespecificeerd brengt een risico op onjuiste aanhaalwaarden met zich mee. De goedgekeurde gegevens staan geen afwijking van de gespecificeerde eenheden toe.
10.2 Gereedschapsbeheer
Part-145.A.40 vereist dat:
Alle gereedschappen en apparatuur worden beheerd en gekalibreerd
Gereedschappen geschikt zijn voor de uit te voeren taken
Kalibratie actueel en traceerbaar is
11. Internationale en Nationale Regelgevingskaders
11.1 Toepasselijkheid op EU-geregistreerde Luchtvaartuigen
Part-145 is van toepassing op onderhoud van EU-geregistreerde luchtvaartuigen uitgevoerd door EU Part-145-organisaties. De vrijgave voor gebruik wordt geregeld door:
Part-145.A.50 (voor Part-145-organisaties)
Part-M.A.801 (voor Part-M Subpart F-organisaties)
De nationaliteit van de exploitant verandert niets aan de regelgevingsbasis voor de certificering van de onderhoudsorganisatie. ICAO Annex 6 stelt internationale normen vast, maar prevaleert niet boven EU-regelgeving voor EU-geregistreerde luchtvaartuigen.
11.2 EASA Formulier 1
Het EASA Formulier 1 is het bewijs van vrijgave voor gebruik voor componenten. Het certificeert dat de component is onderhouden in overeenstemming met goedgekeurde gegevens en luchtwaardig is.
12. Veelvoorkomende Relaties Tussen Concepten
De volgende relaties zijn fundamenteel voor het begrijpen van het regelgevingskader:
Licentie → Rechten → Verantwoordelijkheid
De Part-66-licentie verleent het recht om onderhoud te certificeren
Met dit recht komt de persoonlijke verantwoordelijkheid voor de luchtwaardigheid van het luchtvaartuig
De licentie kan worden ingetrokken of geschorst als de houder niet aan de vereisten voldoet
Goedgekeurde Gegevens → Onderhoudsuitvoering → CRS- Onderhoud moet worden uitgevoerd in overeenstemming met goedgekeurde gegevens
Het certificerend personeelslid moet de naleving van goedgekeurde gegevens verifiëren
Pas daarna mag een CRS worden afgegeven
Supervisie → Controle → Certificering
Directe supervisie biedt controle over het uitgevoerde onderhoud
Controle is een voorwaarde voor certificering
Het certificerend personeelslid moet voldoende toezicht en zekerheid hebben over de kwaliteit van het werk
Onderhoudsprogramma → Goedkeuring → Naleving
Het onderhoudsprogramma moet worden goedgekeurd door de bevoegde autoriteit
Elke wijziging vereist goedkeuring van de autoriteit
Naleving van het programma is verplicht
Defect → Herstel → Vrijgave
Elk defect dat de veiligheid kan beïnvloeden moet vóór vrijgave worden hersteld
Herstel moet gebruikmaken van goedgekeurde gegevens
Uitstel is alleen mogelijk met expliciete goedkeuring
13. Typische Examen Aandachtspunten
Bij de voorbereiding op het Module 10-examen moet u bijzondere aandacht besteden aan de volgende gebieden:
13.1 Verantwoordelijkheden van Certificerend Personeel (Hoge Prioriteit)
De persoonlijke verantwoordelijkheid van het certificerend personeelslid dat een CRS ondertekent
De voorwaarden waaraan moet worden voldaan vóór het afgeven van een CRS
Het verbod op het ondertekenen van een CRS voor werk dat niet persoonlijk is uitgevoerd of direct is gesuperviseerd
De gevolgen van het ondertekenen van een CRS zonder de juiste bevoegdheid
13.2 Licentievereisten (Hoge Prioriteit)
Minimumleeftijd: 18 jaar
Onbeperkte geldigheid van de AML
Ervaringsvereisten: 6 maanden in de voorgaande 2 jaar
Schorsings-/intrekkingsprocedures: opfriscursussen en examens
B3-categorie omvang: lichte helikopters en kleine niet-complexe vliegtuigen
13.3 Supervisievereisten (Hoge Prioriteit)
Directe supervisievereisten voor ongecertificeerd personeel
Het verschil tussen directe supervisie en alleen het controleren van eindresultaten
De verantwoordelijkheid van het certificerend personeel voor de kwaliteit van werk dat onder hun supervisie is uitgevoerd
13.4 Naleving van Goedgekeurde Gegevens (Hoge Prioriteit)
De vereiste om goedgekeurde gegevens te gebruiken voor al het onderhoud
Het verbod op afwijken van gespecificeerde meeteenheden
Het goedkeuringsproces voor reparaties die niet worden gedekt door goedgekeurde gegevens (Part-21)
13.5 Vereisten voor Onderhoudsprogramma's (Gemiddelde Prioriteit)
Het goedkeuringsproces voor onderhoudsprogramma's (Part-M.A.302)
Het verbod op eenzijdige wijzigingen van inspectie-intervallen
Het verplichte karakter van luchtwaardigheidsbeperkingen
13.6 Melding van Gebeurtenissen (Gemiddelde Prioriteit)
De verplichting om defecten te melden die de veilige exploitatie kunnen beïnvloeden
De meldingskanalen (het systeem van de organisatie, bevoegde autoriteit, kwaliteitsmanager)
Module 10 legt de juridische en regelgevende basis voor de professionele uitoefening van certificeerend onderhoudspersoneel in de luchtvaart. De houder van een B3-licentie moet niet alleen de technische aspecten van onderhoud begrijpen, maar ook het juridische kader dat hun werk beheerst. De CRS is het centrale document dat het uitgevoerde onderhoud verbindt met de juridische verantwoordelijkheid van het certificeerende personeelslid. Naleving van goedgekeurde gegevens, adequaat toezicht op niet-licentiehoudend personeel en naleving van het onderhoudsprogramma zijn niet-onderhandelbare vereisten.
De handtekening van het certificeerende personeelslid op een CRS is een juridische verklaring van luchtwaardigheid die persoonlijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Het begrijpen van het regelgevende kader is niet slechts een academische oefening — het is essentieel voor veilige en rechtmatige uitoefening.