Hoofdstuk X

Module 10: Luchtvaartwetgeving

SkyLicence-studiegids met diagrammen.

Module 10: Luchtvaartwetgeving — B1.3 Helikopter Turbine

Overzicht

Module 10 biedt de fundamentele regelgevende kennis die vereist is voor gecertificeerd onderhoudspersoneel van luchtvaartuigen. Voor de B1.3-categorie (helikopter turbine) behandelt deze module het regelgevingskader van de Europese Unie voor de burgerluchtvaart, met bijzondere nadruk op:

De structuur en hiërarchie van de EU-luchtvaartregelgeving
Het Part-66-licentiesysteem voor onderhoudspersoneel
Het Part-145-goedkeuringssysteem voor onderhoudsorganisaties
Het Part-M-kader voor voortdurende luchtwaardigheid
De Part-21-vereisten voor ontwerp en productie
De relatie tussen operationele regelgeving (Part-CAT) en onderhoudsregelgeving

Deze module waarborgt dat gecertificeerd personeel niet alleen begrijpt wat zij moeten doen, maar ook waarom het regelgevingskader bestaat en hoe de verschillende regelgevingen onderling samenhangen.


1. Het Regelgevingskader

1.1 Het Systeem van het Europees Agentschap voor de Veiligheid van de Luchtvaart (EASA)

Het Europese luchtvaartregelgevingskader is gebouwd op Verordening (EU) 2018/1139, die EASA heeft opgericht en de juridische basis vormt voor alle uitvoeringsregels. De belangrijkste uitvoeringsverordening voor voortdurende luchtwaardigheid is Verordening (EU) Nr. 1321/2014, die vier belangrijke bijlagen bevat:

BijlageInhoud
Bijlage I (Part-M)Vereisten voor voortdurende luchtwaardigheid van luchtvaartuigen
Bijlage II (Part-145)Goedkeuring van onderhoudsorganisaties
Bijlage III (Part-66)Certificering van onderhoudspersoneel
Bijlage IV (Part-147)Opleidingsorganisaties voor onderhoudspersoneel

1.2 Regelgevinghiërarchie

De regelgevingsstructuur volgt een duidelijke hiërarchie:

18.Basisverordening (EU) 2018/1139 — richt EASA op en stelt algemene beginselen vast
19.Uitvoeringsregels — gedetailleerde technische vereisten (bijv. Part-66, Part-145, Part-M)
20.Aanvaardbare wijzen van naleving (AMC) — niet-bindende maar erkende methoden van naleving
21.Richtsnoeren (GM) — verklarend materiaal ter ondersteuning van het begrip
22.Certificeringsspecificaties (CS) — technische normen voor luchtwaardigheid

> Belangrijk punt: AMC en GM hebben geen kracht van wet, maar naleving ervan biedt een vermoeden van naleving van de bijbehorende uitvoeringsregel.


2. Part-66 — Luchtvaartuigonderhoudslicentie

2.1 Licentiecategorieën en -subcategorieën

Part-66 (Bijlage III bij Verordening (EU) Nr. 1321/2014) definieert de volgende licentiecategorieën:

CategorieReikwijdte
**A**Gecertificeerd lijnonderhoudspersoneel — eenvoudige taken en verhelpen van defecten
**B1**Gecertificeerd mechanisch onderhoudspersoneel — romp, motor, mechanische en elektrische systemen
**B2**Gecertificeerd avionica-onderhoudspersoneel — communicatie, navigatie, instrumentatie, elektrische systemen
**B3**Niet-onderdrukte vliegtuigen met zuigermotor onder 2000 kg MTOM
**C**Gecertificeerd basisonderhoudspersoneel — vrijgave voor gebruik van complete luchtvaartuigen

Subcategorieën van B1:

B1.1 — Vliegtuigen met turbines
B1.2 — Vliegtuigen met zuigermotoren
B1.3 — Helikopters met turbines
B1.4 — Helikopters met zuigermotoren

2.2 Rechten van een B1.3-licentiehouder

Overeenkomstig Part-66.A.20(a) is een B1.3-licentiehouder gemachtigd om:- Onderhoud certificeren aan helikopterturbinemotoren en bijbehorende mechanische systemen

Onderhoud certificeren aan helikopterrompen, inclusief structurele reparaties
Werkzaamheden certificeren aan mechanische en elektrische systemen (maar niet aan avionicasystemen, waarvoor een B2-licentie vereist is)
Certificaten van Vrijgave tot Gebruik (CRS) afgeven na onderhoud
Als ondersteunend personeel fungeren voor categorie C-certificerend personeel tijdens basisonderhoud

> Belangrijk onderscheid: De B1.3-licentie omvat mechanische en elektrische systemen, maar sluit avionica uit (radio, navigatie, instrumenten en automatische pilootsystemen). Voor avionica-certificering is een B2-licentie vereist.

2.3 Geschiktheidsvereisten voor afgifte van de licentie

Part-66.A.25 stelt de fundamentele geschiktheidscriteria vast:

VereisteDetail
**Minimumleeftijd**18 jaar
**Basiskennis**Alle modules van het Part-66-basiskennisexamen behalen
**Praktijkervaring**Minimaal 3 jaar (B1.3), teruggebracht tot 2 jaar met een goedgekeurde Part-147-basistraining
**Type-training**Niet vereist voor initiële afgifte van de licentie, maar wel vereist voor typeratings

2.4 Vereisten voor praktijkervaring

Part-66.A.30 specificeert de vereisten voor praktijkervaring:

Standaardvereiste (B1.3): 3 jaar praktische onderhoudservaring aan operationele helikopters
Met goedgekeurde Part-147-basistraining: 2 jaar praktijkervaring
Samenstelling van de ervaring: Moet een representatieve dwarsdoorsnede van onderhoudstaken omvatten die relevant zijn voor helikopters met turbines

De ervaring moet worden opgedaan aan operationele luchtvaartuigen (niet nieuwe of opgeslagen luchtvaartuigen) en moet het volgende omvatten:

Routinematig gepland onderhoud
Verhelpen van defecten
Vervanging van componenten
Functioneel testen

2.5 Geldigheid van de licentie en recente ervaring

Part-66.A.20(b) en Part-66.B.100 stellen de voorwaarden vast voor het uitoefenen van certificeringsbevoegdheden:

> Vereiste voor recente ervaring: De licentiehouder moet 6 maanden relevante onderhoudservaring in de voorgaande periode van 2 jaar hebben om certificeringsbevoegdheden uit te oefenen.

Belangrijke verduidelijking: De licentie zelf verloopt niet en wordt zonder tijdslimiet afgegeven. De bevoegdheden kunnen echter niet worden uitgeoefend zonder aan de vereiste voor recente ervaring te voldoen.

Als de houder de certificeringsbevoegdheden langer dan 2 jaar niet heeft gebruikt:

Moet een opfriscursus worden gevolgd
Moet een examen worden afgelegd
Pas daarna mogen de certificeringsbevoegdheden weer worden uitgeoefend

2.6 Typeratings

Part-66.A.45 definieert de vereisten voor typeratings:

Typeratingtraining moet worden gevolgd bij een door Part-147 goedgekeurde trainingsorganisatie (of gelijkwaardig)
De training omvat zowel theoretische als praktische elementen
Er moet een examen worden afgelegd
De typerating wordt op de licentie aangetekend

Voor B1.3 omvat de typerating:

Het specifieke helikoptertype (bijv. Airbus H135, Leonardo AW139)
Het/de bijbehorende turbinemotortype(s)
Bijbehorende mechanische en elektrische systemen

> Kernpunt: Een typerating is vereist voor het certificeren van onderhoud aan luchtvaartuigen met een typerating. Voor motoren zonder typerating staat een B1.3-licentie echter certificering van klein gepland onderhoud en eenvoudige defectverhelping toe.

2.7 Licentiestructuur en aantekeningen

Het Part-66-licentieformaat omvat:- Persoonlijke gegevens van de houder

Categorieën en subcategorieën die worden aangehouden (bijv. B1.3)
Typebevoegdverklaringen voor specifieke vliegtuigtypen
Beperkingen (indien van toepassing)
Nationale aantekeningen (indien van toepassing)

3. Part-145 — Goedkeuringen van Onderhoudsorganisaties

3.1 Doel en Toepassingsgebied

Part-145 (Bijlage II bij Verordening (EU) nr. 1321/2014) regelt de goedkeuring van onderhoudsorganisaties. Een Part-145-goedkeuring is vereist voor:

Onderhoud van vliegtuigen die worden gebruikt in commercieel luchtvervoer (CAT)
Onderhoud van vliegtuigen boven 5700 kg MTOM
Elke organisatie die ervoor kiest om onder Part-145 te werken
Licenties en Certificerend Personeel Licenties en Certificerend Personeel PART-66 LICENTIECATEGORIEËN A — Lijnonderhoud certificerend personeel B1 — Mechanisch onderhoud B1.1 — Vliegtuigen turbine B1.2 — Vliegtuigen zuiger B1.3 — Helikopters turbine B1.4 — Helikopters zuiger B2 — Avionica-onderhoud B3 — Niet-onderdrukte zuigervliegtuigen <2000 kg B1.3 RECHTEN (Part-66.A.20) ✓ Certificeer onderhoud aan helikopter turbinemotoren & mechanische systemen ✓ Romp inclusief structurele reparaties ✓ Mechanische & elektrische systemen ✓ Geef Verklaringen van Vrijgave tot Dienst af ✓ Ondersteunend personeel voor Cat. C basisonderhoud ✗ UITGESLOTEN avionica-systemen (radio, navigatie, instrumenten, autopiloot → B2) ERVARINGSVEREISTEN Standaardpad 3 jaar praktijkervaring op operationele helikopters Met Part-147 goedgekeurde training 2 jaar praktijkervaring representatieve dwarsdoorsnede van taken Minimumleeftijd: 18 jaar (Part-66.A.25) CERTIFICERINGSPROCES & ROL VAN CERTIFICEREND PERSONEEL Part-145 Goedgekeurde Onderhouds- Organisatie Part-66 Gelicentieerd Certificerend Personeel Onderhoud Uitgevoerd per Goedgekeurde Gegevens (Part-145.A.45) CRS Afgegeven Verklaring van Vrijgave tot Dienst Vliegtuig Teruggegeven aan Dienst RECENTE ERVARINGSVEREISTE (Part-66.A.20(b)) 6 maanden relevante onderhoudservaring in de voorgaande 2-jaarsperiode om certificeringsrechten uit te oefenen Licentie verloopt niet — maar rechten vereisen recente ervaring. Na >2 jaar: opfristraining + examen vereist. REGELGEVINGSHIËRARCHIE Verordening (EU) 2018/1139 → Uitvoeringsregels (Part-66, Part-145, Part-M, Part-147) → AMC → GM → CS

3.2 Vereisten voor Certificerend Personeel

Part-145.A.30 en Part-145.A.35 stellen de vereisten vast voor certificerend personeel:

VereisteDetail
**Kwalificatie**In het bezit zijn van een passende Part-66-licentie (of nationale licentie volgens overgangsregelingen)
**Werkverband**Moet in dienst zijn van de organisatie (of ingehuurd volgens specifieke voorwaarden)
**Toepassingsgebied**Certificeringsbevoegdheden beperkt tot het werkterrein van de organisatie
**Administratie**De organisatie moet administratie bijhouden van de kwalificaties van certificerend personeel

3.3 Certificering van Onderhoud

Part-145.A.50 stelt de vereisten vast voor de certificering van onderhoud:

> Een Verklaring van Vrijgave (CRS) mag uitsluitend worden afgegeven nadat al het vereiste onderhoud op correcte wijze is uitgevoerd in overeenstemming met de goedgekeurde gegevens zoals gespecificeerd in Part-145.A.45.

Belangrijkste Principes:

De CRS is de formele verklaring dat onderhoud correct is uitgevoerd
De CRS moet worden afgegeven door gemachtigd certificerend personeel
Een CRS mag niet worden afgegeven als een vereiste onderhoudstaak niet is voltooid
Uitstel van onderhoud is alleen mogelijk via de Minimum Equipment List (MEL) van de exploitant of een goedgekeurd onderhoudsprogramma

3.4 Verantwoordelijkheden van de Onderhoudsorganisatie

Volgens Part-145.A.35 moet de organisatie:

Certificerend personeel in dienst hebben dat gekwalificeerd is volgens Part-66
Geschikte faciliteiten, apparatuur en gegevens verstrekken
Ervoor zorgen dat certificerend personeel actuele kennis heeft van relevante regelgeving
Administratie bijhouden van de autorisaties van certificerend personeel
Ervoor zorgen dat certificerend personeel niet onder onnodige druk wordt gezet

3.5 Goedgekeurde Onderhoudsgegevens

Part-145.A.45 vereist dat al het onderhoud wordt uitgevoerd met behulp van goedgekeurde onderhoudsgegevens:

Onderhoudshandleidingen van de fabrikant (AMM, EMM, enz.)
Servicebulletins (SB's) en Luchtwaardigheidsrichtlijnen (AD's)
Goedgekeurde reparatieschema's
Het goedgekeurde onderhoudsprogramma van de exploitant

> Kritiek Punt: Certificerend personeel moet de procedures van de fabrikant exact volgen. Zij hebben niet de bevoegdheid om af te wijken van goedgekeurde gegevens of luchtwaardigheidsbeslissingen te nemen die verder gaan dan wat de gegevens toestaan.


4. Part-M — Voortdurende Luchtwaardigheidsvereisten

4.1 Doel en Toepassingsgebied

Part-M (Bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1321/2014) stelt de voortdurende luchtwaardigheidsvereisten vast voor vliegtuigen, waaronder:

Ontwikkeling en goedkeuring van onderhoudsprogramma's
Beheer van voortdurende luchtwaardigheid
Luchtwaardigheidskeuringen
Vereisten voor de uitvoering van onderhoud

4.2 Verantwoordelijkheden van Eigenaren en Exploitanten

Part-M.A.301 en Part-M.A.305 stellen vast dat:- De eigenaar of CAMO (Continuing Airworthiness Management Organisation) is verantwoordelijk voor het waarborgen dat onderhoud wordt uitgevoerd met goedgekeurde gegevens

De onderhoudsorganisatie is verantwoordelijk voor het correct uitvoeren van de werkzaamheden
Het certificerend personeel is verantwoordelijk voor het certificeren dat de werkzaamheden correct zijn uitgevoerd

4.3 Luchtwaardigheidsbeoordelingscertificaat (ARC)

Deel-M Subdeel I definieert het luchtwaardigheidsbeoordelingsproces:

Het ARC bevestigt dat het luchtvaartuig in een staat blijft voor veilige exploitatie
Afgegeven na een beoordeling van de administratie en een fysieke inspectie
Geldig voor 1 jaar (of 3 jaar voor bepaalde niet-commerciële activiteiten)
Bevestigt naleving van het goedgekeurde onderhoudsprogramma

4.4 Onderhoud onder Deel-M Subdeel F

Deel-M Subdeel F staat toe dat onderhoud wordt uitgevoerd door:

Een Part-145 goedgekeurde onderhoudsorganisatie
Een Deel-M Subdeel F goedgekeurde onderhoudsorganisatie (voor niet-commerciële activiteiten)
De eigen organisatie van de exploitant indien deze beschikt over een Part-CAMO-goedkeuring met onderhoudsrechten

5. Deel-21 — Ontwerp- en Productievereisten

5.1 Doel en Toepassingsgebied

Deel-21 regelt het ontwerp en de productie van luchtvaartuigen, motoren en propellers. Het stelt vast:

Typegoedkeuringsvereisten
Goedkeuringen van productieorganisaties
Luchtwaardigheidscertificaten
Goedkeuringen voor wijzigingen en reparaties

5.2 Classificatie van Wijzigingen en Reparaties

Deel-21.A.91 stelt de classificatie van wijzigingen vast:

ClassificatieDefinitie
**Grote wijziging**Heeft een aanzienlijk effect op gewicht, balans, structurele sterkte, prestaties of andere luchtwaardigheidseigenschappen
**Kleine wijziging**Heeft geen aanzienlijk effect op de bovengenoemde eigenschappen

Belangrijk punt: De classificatie van een wijziging als klein of groot is de verantwoordelijkheid van de ontwerporganisatie (of de aanvrager van een Aanvullend Typecertificaat). Het certificerend personeelslid verifieert alleen dat:

De wijziging is goedgekeurd
De werkzaamheden zijn uitgevoerd volgens goedgekeurde gegevens

5.3 EASA Formulier 1

Deel-21.A.307 en Deel-M.A.602 definiëren het EASA Formulier 1 (Authorised Release Certificate):

Bevestigt dat een component is vervaardigd of onderhouden in overeenstemming met goedgekeurde gegevens
Is vereist voor de installatie van componenten op luchtvaartuigen
Is geen Certificate of Release to Service voor het luchtvaartuig zelf

6. Minimum Equipment List (MEL) en Uitstel van Gebreken

6.1 Doel van de MEL

De Minimum Equipment List (MEL) is een document dat is ontwikkeld door de exploitant, gebaseerd op de Master Minimum Equipment List (MMEL) die is afgegeven door de typecertificaathouder en goedgekeurd door de bevoegde autoriteit.

De MEL staat de exploitatie van een luchtvaartuig toe met bepaalde apparatuur die niet functioneert, op voorwaarde dat:

De MEL het uitstel specifiek toestaat
De voorwaarden en beperkingen in de MEL worden nageleefd
Het uitstel wordt geregistreerd in het technisch logboek van het luchtvaartuig

6.2 Regelgevende Basis voor Uitstel van Gebreken

Belangrijk: Noch Part-145 noch Part-66 legt een vaste termijn op voor MEL-uitstel. Het uitstel wordt geregeld door:

De specifieke voorwaarden en beperkingen van de MEL
Het onderhoudsprogramma van de exploitant
De operationele vereisten van Deel-M en Deel-CAT> Kritiek Punt: Een Part-145-organisatie kan een onderhoudstaak niet eenzijdig uitstellen. Uitstel is alleen mogelijk via de MEL van de exploitant of een goedgekeurd onderhoudsprogramma. Als een taak niet kan worden voltooid, is het luchtvaartuig niet luchtwaardig en kan er geen CRS worden afgegeven.

7. Verantwoordelijkheden van Certificerend Personeel

7.1 Reikwijdte van Certificering

Volgens Part-66.A.20(a) en Part-145.A.50 is het certificerend personeelslid verantwoordelijk voor:

Ervoor zorgen dat alle onderhoud correct is uitgevoerd
Verifiëren dat onderhoud is uitgevoerd in overeenstemming met goedgekeurde gegevens
Bevestigen dat alle vereiste documentatie compleet is
Ervoor zorgen dat het luchtvaartuig luchtwaardig is vóór het ondertekenen van de CRS

7.2 Toezicht en Supervisie

Wanneer onderhoud wordt uitgevoerd door niet-erkende monteurs onder toezicht:

Het certificerend personeelslid behoudt volledige verantwoordelijkheid voor het werk
Toezicht ontslaat het certificerend personeel niet van verantwoordelijkheid
Het certificerend personeel moet naleving verifiëren door middel van toezicht en documentatiebeoordeling
Mondelinge rapporten alleen zijn onvoldoende — werkregistraties moeten worden beoordeeld

7.3 Verboden Handelingen

Certificerend personeel moet nooit:

Ondertekenen voor werk dat zij niet hebben uitgevoerd of direct hebben gesuperviseerd
Een CRS afgeven voor onvolledig onderhoud
Onderhoudstaken uitstellen zonder de juiste MEL-autorisatie
Afwijken van goedgekeurde onderhoudsgegevens
Werk certificeren buiten de reikwijdte van hun licentiebevoegdheden

7.4 Procedures voor Dienstoverdracht

Tijdens dienstoverdracht:

Onvolledige taken moeten duidelijk worden gedocumenteerd
Het certificerend personeelslid dat de CRS ondertekent, moet het werk hebben uitgevoerd of gesuperviseerd
De ondertekening van een vorige monteur vormt geen certificering
De oorspronkelijke certificeerder moet de Return to Service (RTS)-certificering voltooien

8. Operationele Regelgeving (Part-CAT)

8.1 Relatie tot Onderhoud

Part-CAT (Bijlage IV bij Verordening (EU) nr. 965/2012) stelt operationele vereisten vast voor commercieel luchtvervoer. Het werkt op verschillende manieren samen met onderhoudsregelgeving:

De exploitant moet een goedgekeurd onderhoudsprogramma hebben
De exploitant moet Part-145-organisaties gebruiken voor onderhoud
De exploitant moet een technisch logboek bijhouden
MEL-gebruik wordt beheerst door Part-CAT-vereisten

8.2 Autorisatie voor Exploitanten uit Derde Landen (TCO)

Voor luchtvaartuigen die zijn geregistreerd in niet-EASA-landen maar worden geëxploiteerd door EU-luchtvaartmaatschappijen:

Part-145-organisaties mogen deze luchtvaartuigen onderhouden op basis van een contract
De CRS wordt afgegeven onder Part-145.A.50
Het certificerend personeelslid gebruikt hun Part-66-licentie om het werk te certificeren
Part-66-licenties worden erkend voor luchtvaartuigen die worden onderhouden in Part-145-organisaties, ongeacht de registratie

9. Samenvatting van Belangrijke Regelgevingsreferenties

OnderwerpPrimaire Referentie
Licentiecategorieën en bevoegdhedenPart-66.A.20, Bijlage I
LicentiegeschiktheidPart-66.A.25, Part-66.A.30
Recente ervaringPart-66.A.20(b), Part-66.B.100
TypebevoegdverklaringenPart-66.A.45
Goedkeuring van onderhoudsorganisatiesPart-145.A.30, Part-145.A.35
Certificering van onderhoudPart-145.A.50
Goedgekeurde onderhoudsgegevensPart-145.A.45
Voortdurende luchtwaardigheidPart-M.A.301, Part-M.A.305
LuchtwaardigheidsbeoordelingPart-M Subdeel I
WijzigingsclassificatiePart-21.A.91
ComponentvrijgavePart-21.A.307, Part-M.A.602

10. Typische Examenfocuspunten

10.1 Licentiebevoegdheden en Beperkingen- B1.3 omvat **mechanische en elektrische** systemen, **niet** avionica (B2)

B1.3 is specifiek voor helikopterturbine-luchtvaartuigen
Typeratings zijn vereist voor certificering op type-geklasseerde luchtvaartuigen
Niet-type-geklasseerde motoren staan certificering van beperkt gepland onderhoud toe

10.2 Geschiktheid en Geldigheid

Minimumleeftijd: 18 jaar
Ervaring: 3 jaar (2 jaar met Part-147-training)
Recente ervaring: 6 maanden in de voorgaande 2 jaar
Vergunning wordt afgegeven zonder vervaldatum, maar rechten vereisen recente ervaring
Een onderbreking van meer dan 2 jaar vereist opfriscursus en examen

10.3 Certificeringsverantwoordelijkheden

Certificerend personeel is verantwoordelijk voor al het onderhoud, inclusief werk door gesuperviseerde monteurs
CRS mag alleen worden afgegeven nadat al het vereiste onderhoud is voltooid
Mondelinge rapporten zijn onvoldoende — documentatie moet worden beoordeeld
Uitstel is alleen mogelijk via MEL, niet door een eenzijdig besluit

10.4 Regelgevende Relaties

Part-66 licentieert personeel; Part-145 keurt organisaties goed; Part-M beheert de voortdurende luchtwaardigheid
EASA Formulier 1 is voor componenten, niet voor luchtvaartuigen
Wijzigingsclassificatie is de verantwoordelijkheid van de ontwerporganisatie
MEL-uitstel wordt beheerst door de MEL, niet door Part-66 of Part-145

10.5 Veelvoorkomende Examenvalkuilen

Vergunninggeldigheid verwarren met rechten-geldigheid
Aannemen dat Part-145 onderhoud kan uitstellen zonder MEL-autorisatie
Geloven dat supervisie certificerend personeel van verantwoordelijkheid ontslaat
Denken dat typeratings niet vereist zijn voor type-geklasseerde luchtvaartuigen
EASA Formulier 1 verwarren met CRS
Aannemen dat ervaring alleen voldoet aan de typerating-vereisten

11. Conclusie

Het regelgevende kader voor B1.3-certificerend personeel is opgebouwd rond een duidelijke hiërarchie van regelgeving, met Part-66 voor personeelslicenties, Part-145 voor onderhoudsorganisaties, en Part-M voor voortdurende luchtwaardigheid. Het begrijpen van de relaties tussen deze regelgevingen, en de specifieke verantwoordelijkheden die zij aan certificerend personeel opleggen, is essentieel voor veilige en conforme onderhoudspraktijken.

Het belangrijkste principe om te onthouden is dat certificerend personeel persoonlijk verantwoordelijk is voor de luchtwaardigheid van de luchtvaartuigen die zij certificeren. Deze verantwoordelijkheid kan niet worden gedelegeerd, overgedragen of vermeden via supervisieregelingen. De vergunning is het wettelijke gezag om te certificeren, maar de kennis, vaardigheid en integriteit van het individuele certificerende personeelslid zijn wat de veiligheid van het luchtvaartsysteem waarborgen.

Ready to test this chapter?

Practice with exam-aligned questions and timed simulations.

Start Practicing Free